Abbath – Outstrider

Samengevat

Abbath klinkt overtuigend op zijn tweede soloplaat. De sleet zit er nog niet op en inspiratie is er nog steeds in overvloed. De mannen klinken energiek en dat gaat zeker niet ten koste van de duisternis en de kracht van het album.

Pluspunten

    • Het geniale zit hem in de details
    • IJzersterke gitaarriffs
    • Abbath klinkt nog steeds energiek en krachtig

Minpunten

    • Het mocht wat langer duren

Eindoordeel

88

Hier word je als reviewer echt blij van: een plaat in handen krijgen van een van de grote namen in een genre waar je veel affiniteit mee hebt. Ik heb het hier dan natuurlijk over Abbath Doom Occulta, het voormalige boegbeeld van Immortal. Abbath brengt na de split met de hoofdband zijn tweede solo-album uit en het eerste dat opvalt is het feit dat de volledige band van het debuut – op de olijke Noor na – werd vervangen.

Op de laatste Immortal albums met Abbath achter de microfoon klonk hij steeds herkenbaarder/verstaanbaarder en een beetje als een boze Kermit de Kikker. Het mag gezegd worden dat op zijn twee soloplaten het venijn weer in zijn stem is gekropen. De beste man klinkt opnieuw energieker en levendiger dan hij lang is geweest. Outstrider wordt op Calm in Ire (Of Hurricane) afgetrapt en hoewel de band niet veel tijd heeft gehad om op elkaar ingespeeld te geraken, hoor je toch een song die als een huis in elkaar zit: de akoestische intro die geleidelijk overgaat in een echte blackmetalsong. De jonge en voorlopig onbekende drummer Ukri "Uge" Suvilehto eist onmiddellijk een deel van je aandacht dankzij een strak drumritme. Het eerste moment dat Abbath zijn muil opentrekt, weet je dat het goed zit. Het repetitieve gitaarloopje werkt hypnotiserend en voor je het weet wordt Bridge of Spasms ingezet.

De kracht van Outstrider zit hem in de details van het album. Sommige ontdek je vanaf de eerste luisterbeurt, andere ontdekt je pas na de tiende keer. Neem nu het mantra-achtige OOOOHM-geschreeuw van Abbath in Bridge of Spasms. Of de verdoken, korte achtergrondzang op Harvest Pyre. Deze kleine details en toevoegingen maken het plezant om het album meerdere malen op te zetten. Een andere kracht – spreek hier maar over de fundering van Outstrider – zijn de heldere en steengoede gitaarriffs. Neem nu bijvoorbeeld het laatstgenoemde Harvest Pyre. Vanaf de eerste noot klinkt dit nummer onmiskenbaar Immortal, maar tegelijkertijd ook modern. Abbath blijft niet stilstaan en waakt over zijn geluid om geen tweemaal hetzelfde album te schrijven. De akoestische stukjes – waar Immortal pas echt groot mee werd vanaf At The Heart Of Winter – mogen ook op Outstrider niet worden vergeten, al zijn ze slechts sporadisch te horen, bijvoorbeeld op de intro en de outro van de titeltrack.

De productie is helder en goed gebracht, wat je uiteraard ook verwacht van deze man en een label als Season of Mist. Abbath klinkt overtuigend op zijn tweede soloplaat. De sleet zit er nog niet op en inspiratie is er nog steeds in overvloed. De mannen klinken energiek en dat gaat zeker niet ten koste van de duisternis en de kracht van het album. Als ik je vertel dat het afsluitende nummer Pace Till Death een cover van Bathory is, weet je ook onmiddellijk waar de Noren hun mosterd zijn gaan halen. Fans kunnen dit album blindelings aanschaffen, maar waarschijnlijk hebben jullie dit reeds lang gedaan. Als ik dan toch één negatief puntje moet opnoemen: voor hij had het plaatje wat langer mogen duren.

 

Metalfans.be-nieuws in je facebook nieuwsfeed?